Een les voorbereiden met hulp van AI
Prompt: ’Maak een les over het lichaam voor NT2’. Wat je dan terugkrijgt is een keurige, algemene oefening.
Het probleem is dat je AI te weinig hebt verteld, en te snel om een eindproduct hebt gevraagd. Als je het in vier rondes doet, ligt er aan het eind iets dat je echt kunt gebruiken.
Ronde 1 — vertel eerst wie je bent
Begin niet met je vraag, maar met een beschrijving van jezelf. Een AI weet niets van jouw klas. Vertel je het niet, dan verzint hij een gemiddelde klas die niet bestaat — en daar maakt hij vervolgens materiaal voor.
Schrijf een paar regels over jezelf en je groep. Zoiets:
Ik ben NT2-docent op een ISK en geef les aan nieuwkomers. Mijn leerlingen zijn 16 tot 18 jaar, niveau A1, met heel verschillende moedertalen; sommigen hebben nooit eerder op school gezeten. Het lastigste is het grote niveauverschil in één klas, en dat er steeds nieuwe leerlingen instromen. Ik vind het belangrijk dat leerlingen durven spreken en dat het over hun eigen leven gaat. Ik verwacht praktische, concrete voorstellen. Vraag door als je iets niet weet.
Beschrijf: Wie je bent, wie je leerlingen zijn, wat er moeilijk is in je groep, hoe je lesgeeft, wat je belangrijk vindt, en hoe je wilt dat de AI antwoordt.
Bewaar het in een notitie en plak het voortaan boven elke prompt. In ChatGPT, Gemini en Claude kun je het ook vastzetten in de instellingen — zoek naar ‘aangepaste instructies’, ‘persoonlijke context’ of ‘projecten’. Dan hoeft het helemaal niet meer.
Ronde 2 — Brainstorm met AI
Vertel kort wat je wil maken, dit mag gewoon globaal zijn. Sluit af met: Brainstorm hier met mij over.
voorbeeld: Ik wil een les maken over ‘bij de dokter’. Ik heb 30 minuten, een digibord en geen laptops. Aan het eind moeten mijn leerlingen kunnen zeggen waar ze pijn hebben en een afspraak kunnen maken. Dit heb ik al: het hoofd, de keel, de buik, de rug, de knie, pijn hebben, een afspraak maken, de wachtkamer. Maak nog geen materiaal. Brainstorm hier met mij over.
Ronde 3 — Generen materiaal
Geef opdracht op materiaal te maken of basis van de uitkomst van de brainstorm. Wees hier wel specifiek. Kort gezegd: benoem wat je maakt, hoeveel opdrachten, welk niveau, wat er niet in mag, en hoe het eruit moet zien op papier.
Zoiets: We gaan verder met idee 2, het rollenspel bij de balie. Maak daar een werkblad bij.Twee opdrachten. Bij de eerste vullen leerlingen zes zinnen aan met een lichaamsdeel uit de woordenlijst; zet die woorden als keuzelijst bovenaan. De tweede is een dialoog tussen de assistent en de patiënt, met invulruimte voor de patiënt A1: korte zinnen, maximaal zes woorden, alleen woorden uit mijn lijst. Geen nieuwe woorden introduceren. Invulruimte per regel, want ze schrijven groot.
Vier vormen die goed werken, afhankelijk van wat je nodig hebt:
Een werkblad — opdrachten met kopjes en invulruimte, klaar om te printen.
Een PowerPoint — per slide een titel, maximaal drie bullets en een korte instructie voor het digibord.
Een lesplan — introductie, kern en afsluiting, met tijden per onderdeel.
Een woordenlijst — elk woord met een korte uitleg in eenvoudige taal en een voorbeeldzin.
Ronde 4 — feedback geven
De eerste versie is nooit goed.
Zeg gewoon in normale taal wat er niet klopt. Wees concreet.
En laat het zichzelf nakijken — dat werkt verrassend goed:
Kijk je eigen werkblad na alsof je mijn leerling bent. Waar loop je vast?
De formule
Alles wat hierboven staat, volgt dezelfde vijf onderdelen. Herken je ze eenmaal, dan kun je elke prompt zelf bouwen:
Rol — wie moet de AI zijn? ‘Je bent NT2-docent.’
Opdracht — wat moet hij doen? ‘Geef me 5 werkvormen.’
Context — wat moet hij weten? Je groep, je tijd, je middelen, je eigen materiaal.
Toon — hoe? ‘Praktisch, concreet, geen theorie.’
Vorm — in welke vorm? ‘Als werkblad, antwoorden apart.’
En dezelfde werkwijze kun je je leerlingen leren. Dan gebruiken zij AI om te oefenen, niet om het denkwerk over te slaan.